RKVV Fiducia

Over Fiducia

Historie

Toen het allemaal begon….

Ook al wordt 5 September 1945 als oprichtingsdatum voor voet­balvereniging Fiducia gehanteert, dat neemt niet weg dat er voor de oorlog al in competitieverband werd gespeeld in de Rips. Een paar jongens uit Milheeze kwamen naar de Rips ge­fietst toen de voetbalclub aldaar ter ziele was gegaan. Ze spraken een groepje Ripsenaren dat toevallig op straat stond en vroegen of zij niet wat voor een club voelden. Daarna was alles snel in kannen en kruiken. Ze vroegen aan de toenmalige pastoor Smeets om goedkeuring en mochten het veldje vlak bij de kerk gebruiken. Zo werd al in 1937 RKVV “de Rips” geboren.

Daartoe moest wel wat gesjoemeld worden met personalia want

zo weet Piet Verschuren nog: Tegen hem werd gezegd: “Jij wordt maar secretaris want jij kan goed schrijven”). Men beschikte over slechts elf leden terwijl men er twintig bij de bond moest aanmelden.

De onderwijzer van de lagere school – de heer Aarnoutse die inwoonde bij de familie Willems aan de Oude Rips – was blijk­baar leider van de eerste voetbal club in de Rips.

Van de eerste voetbalpioniers kwam uiteindelijk alleen Harrie vd Broek uit Milheeze om zijn kunsten te vertonen, meestal met tabakspruim in de mond.

Ploeggenoten waren:

Toon Beckers- Grad Beckers- doelman Tilman Joosten- Jan vd Broek-Harry Rijnen-Mies van Bakel-Piet Verschuren-Noud vd Ven- Frans vd Ven en Piet vd Ven.

Buitendorpse versterking kwam in de eerste jaren ook via van Laanen uit Westerbeek en de boerenknecht Vermeulen uit Venray, die het af en toe presteerde om met dezelfde besmeurde knieen op het veld te verschijnen als de week ervoor.

De kersverse leden van RKVV de Rips moesten op het veld bij de kerk (oude kerk) wel zelf voor de doelen zorgen. Die waren in 1937 toeval­lig 5.5 meter breed want in die tijd golden nog geen stan­daardmaten voor goals. De lijnen werden aangebracht door een ondiepe richel te graven die met geel zand werd opgevuld. Gevoetbald werd er op zondag om een uur ’s middags zodat men tijdig bij het lof aanwezig kon zijn. Bovendien had pastoor Smeets bepaald dat de voetballers niet op de tweede zondag in de maand actief mochten zijn want dat was een dag voor de H. Familie die dan plaats vond in de kerk.

De eerste officiele wedstrijd werd afgewerkt tegen Helenaveen 2 en met 1-0 gewonnen. Frans vd Ven, die een enorme pegel in de benen had, tekende voor het enige doelpunt. Helenaveen scoorde nog wel de gelijkmaker maar aangezien er destijds geen net in het doel hing was de scheidsrechter er niet helemaal zeker van aan welke kant van de lat de bal nu was gepasseerd. Aangezien Mies van Bakel stug volhield dat de bal voorlangs was gegaan (wat naar verluidt niet waar was) werd Helenaveen de treffer onthouden.

Het competitiejaar 1938/1939 was al direct succesvol want toen won het Ripse team het kampioenschap. In die tijd trok men meestal per fiets naar uitwedstijden maar af en toe werd de vrachtwagen van Beckers volgeladen.

“Wij hebben verschillende verbalen gehad” aldus Toon Beckers

“vooral voor de oorlog was de politie erg streng, wanneer vrachtwagens ook voor personenvervoer werden gebruikt.”

Ook na de oorlog was de fiets nog lang het belangrijkste ver­voersmiddel. Zo gingen de spelers van Elsendorp overal met hun tweewieler naar toe, behalve als ze in de Rips moesten spelen.

Piet Verschuren:”Als ze tegen ons hier moesten spelen kwamen ze met de wagen zodat ze zich hadden kunnen sparen”.

Toen de oorlog uitbrak werd RKVV de Rips van deelname uitge­sloten. Bij de club kwam een papier met het nieuwe programma voor het seizoen 1940/1941 binnen waarop stond dat de vereni­ging zich loyaal moest opstellen tegenover de Duitse bezetter. De toenmalige “voorzitter” Driek van Deursen zei toen: “Dat teken in niet” waarna de officiele wedstrijden van de Rips werden geschrapt. In de oorlogsjaren stond voetbal in de Rips zodoen­de op een laag pitje. Herman Ypma kan zich nog heel goed herinneren dat de schooljeugd toen van het veldje gebruik maakte zolang men niet de gouden regel brak om tijdens mistijd te voetballen. Dan kreeg men met de pastoor Smeets aan de stok die zelfs eens in vol ornaat is verschenen om de voetballers terecht te wijzen.

Na de oorlog werd de voetbalclub heropgericht en de voetbal­lers, die tijdens de duitse bezetting naar Bakel waren uitge­weken, kwamen terug. In dat eerste naoorlogse seizoen diende het veld bij de kerk nog steeds als thuisbasis. De omstandig­heden waren toen nog steeds primitief. De spelers kleedden zich over het algemeen thuis om en gelegenheid om te douchen was er niet. In de meeste andere dorpen was de accomodatie eveneens gebrekkig. Mies van Bakel:” Zo moesten wij een keer in Aarle-Rixtel voetballen. Het veld stond blank en na de wedstrijd zijn we ons in een sloot gaan wassen”. Meestal werd er na afloop voor een paar emmers water en zeep gezorgd.

In die periode hadden voetbalschoenen stalen punten en inge­spijkerde noppen. “Als je daarmee in aanraking kwam”, aldus Frans vd Ven, “dan leek het wel of je tegen een paal schopte”.

En toch waren op de een of andere manier maar weinig blessu­res. Of ze werden verbloemd.

“Ik zwikte mijn enkel wel eens om,” zegt Herman Ypma, “maar ik kon op de boerderij niet met het verhaal aankomen dat ik niet kon werken, omdat ik had gesport”.

In de tweede helft van de jaren veertig floreerde de Ripse voetbalclub. Het ledental steeg snel naar 115 mede dank zij het nabij gelegen kamp waar soldaten werden klaargestoomd om in Nederlands Indie te strijden. Een trainer was er niet en daarom verzorgde Piet Verschuren als secretaris doorgaans de opstelling.” en daar kreeg ik haast nooit commentaar op.”

Het eerste elftal hoefde toen nog niet, zoals gebruikelijk, alleen maar aan te treden tegen standaardelftallen maar trof ook bij voorbeeld een tegenstander als UDI 3.

“Als je zo’n team tegen het einde van het seizoen trof, dan kon je goed pech hebben. Want als de hogere elftallen toeval­lig al waren uitgespeeld, dan kreeg je weinig spelers tegen die eigenlijk in het derde van UDI speelde. Om dat te voorko­men, zorgde je voor dat door het jaar heen zo weinig mogelijk wedstrijden werden afgelast, zodat je zelf vroeg klaar was.”

Het voetbal leefde ook langs de zijlijn. Samen met het hand­boogschieten was het de enige sport die toen werd beoefend. Volgens Piet Verschuren incasseerde de penningmeester in een wedstrijd tegen Milheeze eens 52 gulden, waarbij per toeschou­wer een dubbeltje werd berekend.

“En dan te bedenken dat heel veel mensen niet eens hadden betaald want mensen uit de Rips mochten meestal zo naar bin­nen.” Er was toen nog geen loket zoals tegenwoordig.

Over de toedracht rond het ontstaan van de naam zijn Mies van Bakel, Herman Ypma, Toon Beckers, Frans vd Ven en Piet Ver­schuren niet helemaal zeker. Maar de laatste stelt heel be­slist dat men op een gegeven moment een “beetje fatsoenlijke” naam wilde, “terwijl ik zelf de naam RKVV “de Rips” best ge­schikt vond”. Naar zijn herinnering is er in twee avonden over verga­derd in 1947 en kwam pater van Eijk met de naam:

Fiduci­a!!

Het duurde daarna zelfs nog een paar jaar voor de naam offi­cieel werd gebruikt voor de Ripse voetbalclub.

De spelers waren toen al verblijd met een nieuwe thuishonk. In 1950 werd het terrein bij het toenmalige cafe Van de Ven ingewijd met een wedstrijd tegen Toxandria uit Rijkevoort. Men moest toen wel 50 gulden huur per jaar betalen voor het ter­rein maar dat werd terugverdiend door het veld een paar dagen af te staan aan de kermisexploitanten.

Tot aan 1962 diende het veld, waar nu veevoederfabriek Gerrits staat, als speelterrein. Daarna verhuisde de club naar de Oploseweg en kon aldus het Helmonds Dagblad, het gastvrij afgestane kippenhok van Janus van de Akker worden verruild voor een echte kleedlokaal – bijna een “riante bungelow”

Het gesprek met de vijf coryfeeen van weleer is doorspekt met het ophalen van anecdotes. Over het verschijnen voor de pro­testcommissie in Den Bosch omdat Volkel protest had aangete­kend tegen alle vier de Ripse goals. Maar omdat Volkel regle­mentair niet juist had gehandeld, zoals Piet Verschuren voor de commissie uiteenzette, werd de uitslag van 4-1 gehandhaafd. Over de broek van Toon Beckers, die van boven tot onder open­scheurde en vervolgens werd dichtgespeld, waarna hij het veld weer opging. Over de hectische wedstrijd tegen Dijkse Boys, waarbij een hele karavaan publiek aanwezig was, terwijl alleen het bestuur aanwezig mocht zijn. En vooral veel anecdotes over trucs om de scheidsrechter te intimideren of te paaien.